Technieken
Soldeertips
Het allerbelangrijkste voor een goede soldeerlas is dat de te solderen plaatsen
of vlakken goed schoon zijn, dat wil zeggen, ontdaan van alle vet-, verf-,
roest- of corrosieplekken; en je moet de juiste bout kiezen.
Voor uiterst klein werk, zoals gedrukte bedradingen (zgn. prints) zal een
boutje van 15 Watt reeds voldoende zijn. Voor overige kleine werkjes, zoals
de bedrading van de spoorweg-installatie, het solderen van rails, enz., heeft
men een elektrisch boutje nodig van 25 tot 60 Watt. Grotere werkstukken, zoals
locs, rijtuigen van messing of koperplaat, worden met bouten van grotere capaciteit
gesoldeerd.
Het is de bedoeling, met de soldeerbout het werkstuk ter plaatse waar de verbinding
moet komen. op temperatuur te brengen, zodat het nadien toe te voegen soldeer
gemakkelijk doorvloeit en tussen de las kan komen. Zolang men geen soldeer
ziet vloeien, zal er geen goede verbinding tot stand komen. Klonterige, brokkelige
of stroopachtige soldeer richt niets uit.
Gebruik zo weinig mogelijk soldeer: alleen in de lasnaad of ter plaatse, waar
de verbinding moet komen moet soldeer vloeien, al het overige is overbodig.
Het verwijderen van te veel aangebracht soldeer is veel werk, dat u zich kunt
besparen.
Alvorens de soldeerbout in gebruik te nemen, moet u de punt van de bout vertinnen.
Wanneer de bout nog koud is, schuurt u de punt met schuurpapier goed blank,
totdat geen vette of zwarte puntjes meer te zien zijn. Daarna laat u de bout
op werktemperatuur komen en laat er een paar millimeter soldeer op smelten.
In het algemeen zult u voor elektrische verbindingen zgn. ‘harskern’ soldeer
gebruiken, dit is soldeerdraad, samengesteld uit lood met tin en als ingebouwd
vloeimiddel hars. Eerst zal de kern van de hars gaan smelten en het vloeibaar
geworden hars zal over de punt van de bout lopen. Onmiddellijk daarna smelt
het tin en verspreidt zich over de punt van de bout op de plaats waar het
hars de zaak heeft voorbewerkt. U ziet dan tevens het nut van een zgn. vloeimiddel!
Met een doekje wrijft u nu snel het vloeibare soldeer zoveel mogelijk over
de punt uit en dan zit er een dun laagje tin mooi gelijkmatig verdeeld over
de punt van de stift. Mocht het in één bewerking niet lukken, dan nogmaals
herhalen.
Maak de bout vóór het gebruik steeds op deze wijze gereed en uw soldeerwerk
zal onberispelijk zijn.
Vergeet niet. dat de punt van de bout op de lange duur verbrandt. Verwijder
dus, alvorens te gaan solderen, eerst alle aanslag van de stift. aangezien
deze aanslag de warmte overdracht op het werkstuk in belangrijke mate verhindert.
Indien u voor het maken van soldeerverbindingen van zwaardere werkstukken
in messing een vloeimiddel zoals b.v. S-39 of andere zure of bijtende stoffen
gebruikt, vergeet dan niet het werkstuk na afkoeling met een sodawater-oplossing
grondig af te wassen, daar hierdoor corrosie wordt voorkomen. Voor elektrische
verbindingen uitsluitend harskern soldeer en geen vet of ander vloeimiddel
gebruiken
Nooit een soldeerverbinding snel doen afkoelen door het in water te dompelen
of met water te besproeien, zelfs blazen is niet goed. Laat het soldeer rustig
afkoelen, anders heeft u kans, dat de soldeerverbinding scheurt of los gaat
zitten.
Ten slotte nog een tip voor het solderen op moeilijk te bereiken plaatsen.
Wind een stukje koperdraad om de stift van de bout, maak er een puntje aan,
buig de draad in de vorm, nodig om de vereiste plaats te kunnen bereiken,
vertin het einde van de draad. De draad zal aan het einde vrijwel even warm
worden als de stift van de bout.— NN
Klinknagels ponsen
Om klinknagels op de juiste afstand in messingplaat te ponsen zijn in de loop
der jaren verschillende apparaatjes uitgedokterd, getuige de diverse artikelen
over dit onderwerp in o.a. de Model Railroader. Zelf ben ik er nooit toegekomen
om of zo’n apparaatje aan te schaffen of er zelf een in elkaar te knutselen.
De methode die ik gebruik is zeer eenvoudig. Ik zoek een zaagblad op en plak
dit met plakband op het plaatje vast. Willen we nu klinknagels ponsen, dan
hoeven we alleen nog maar te tellen hoeveel tandjes we moeten overslaan om
de juiste afstand te verkrijgen.
Voor het ponsen zelf heb ik vaak een automatische centerpons gebruikt. Dit
is een apparaat dat op veerspanning werkt. Drukken we hem in, dan spannen
we een veer, met als gevolg dat de punt met een klap in het materiaal gedreven
wordt. Het mooie is dat bij veel van die dingen de veerkracht, dus de inslagdiepte,
instelbaar is. Het enige dat we eigenlijk zelf moeten maken, is een goed puntje
om een mooie klinknagel te maken. — FB
Wielen isoleren
Het grote probleem van geïsoleerde wielen maken, gedraaid op een draaibank,
was voor mij veelal het oppersen van de wielflens op de as. Het isolerende
busje vervormde tijdens deze operatie iets, zodat het resultaat meestal toch
een wielflens was, die een beetje excentrisch op de as zat. Na wat geëxperimenteer
met verschillende isolatie materialen bracht een collega mij op het volgende
idee: we persen een ruw wiel direct op de as en draaien hem daarna exact op
maat. We boren in het wiel twee gaatjes van 1 mm (een figuurzaagje geschikt
voor metaal moet hierdoorheen kunnen). We spannen de figuurzaag in en zagen
vanuit het eerste gaatje rondom de as richting tweede gaatje.
Is dit gebeurd, dan leggen we het wiel op een glasplaatje of iets dergelijks.
We laten het zaagsleufje nu vollopen met lijm. Ikzelf gebruikte hiervoor meestal
secondelijm (diverse merken). Een dag later boorde ik dan een van de gaatjes
weer uit en deed nu hetzelfde, maar dan aan de andere kant. Op deze manier
kreeg ik een volledig geïsoleerd wiel (uiteraard even controleren met Ohm-meter
of een batterij met een lamp) met het gat precies in het midden. Echter, bij
spaakwielen is deze methode wat moeilijker toe te passen. Van spaakwielen
zaagt men alle spaken (met uitzondering van twee stuks) met een figuurzaag
door. De zaagsneden opvullen met 2-componentenlijm en dit minstens 24 uur
laten uitharden. Daarna zaagt men de 2 resterende spaken ook door en vult
deze eveneens met 2-componentenlijm. Na uitharding zijn alle spaken geïsoleerd
t.o.v. de wielbanden. — FB
Decals maken
Het kan soms voorkomen, dat men op een enkel model een bepaalde afbeelding,
opschrift of logo wil aanbrengen, waarvan geen fabrieksmatige decal voorhanden
is. Dit ondervond ons lid de heer M. v.d. Akker, toen hij voor zijn zelfgebouwde
model van de Sneltram Utrecht – Nieuwegein de logo’s van deze tram op de zijkanten
van zijn model wilde zetten. Hoe hij dit oploste wordt hieronder weergegeven.
Doodgewoon papieren plakband, waarmee voor het plastic tijdperk dozen werden
dichtgeplakt, wordt op de gomkant voorzien van een dun laagje blanke matte
lak (bijv. uit een spuitbus). Nadat dit goed droog is kan men met hobbyverf
van b.v. Humbrol hierop een merk, opschrift of ander kunstwerk aanbrengen
met een zeer fijn penseel. Eventueel aangevuld met wrijfletters, want dit
is niet zo makkelijk klein en strak met de hand te schilderen. Nadat dit ‘kunstwerk’
eveneens goed droog is, spuit men hierover nog een dun laagje matte lak, zodat
beschadiging wordt voorkomen. Tevens krijgt het embleem hierdoor nog wat meer
‘body’. Dan gaan we dit met een scherp hobbymesje vlak naast de buitenrand
van het embleem secuur uitsnijden en leggen het in een schoteltje met lauw
water. De gomlaag onder het embleem zal nu oplossen en dit zal van het papier
loslaten. We kunnen dit met een pincet tenslotte uit het water vissen en op
de daarvoor bestemde plaats op ons model aanbrengen. Nadat dit gedroogd is,
spuiten we tenslotte nog een laagje matte lak over het geheel en zit ons embleem
goed vast en is bovendien alles van een egale laag matte lak voorzien, dus
weinig verschil tussen embleem of opschrift en de afgewerkte kant van het
model.
Tot zover de methode van de heer v.d. Akker. Ik wil hieraan nog toevoegen,
dat dezelfde werkwijze ook kan worden gevolgd indien men de beschikking heeft
over blank decalpapier van bijvoorbeeld Walthers of Champ. Ook hierop kan
men met behulp van wrijfletters en/of symbolen mooie strakke letters en cijfers
eenvoudig overwrijven, waarna men dit verder als de bekende natte decals kan
verwerken.
Een klein voorbeeld: reportingmarks op de bovenkopkanten van boxcars en reefers
zijn vaak heel lastig aan te brengen, zeker op wagons met de bekende ronde
versterkingsribben. Indien we dit op boven beschreven manier doen is het veel
eenvoudiger, want lettertje voor lettertje overwrijven is wel bijzonder lastig,
om niet te zeggen bijna onmogelijk. Probeert u deze methodes maar eens! —
FB
Vlak gemonteerde ruiten en beglazing
Maak middels passen en testen (try and error) het glas voor alle ruitjes en
nummerborden voor uw wagons, cabooses en locomotieven. Het is niet nodig,
dat deze precies passen, feitelijk is het beter als er wat speling tussen
glas en sponning blijft bestaan.
Leg de ruiten nu terzijde en spuit (of verf) de beglazing voor de nummerborden
in de juiste kleur (aan de achterzijde), meestal wit of zwart. Wanneer de
verf goed droog is brengen we de decals voor de nummers aan op de voorzijde.
Gebruik ook hiervoor Solvaset of een ander decal-setting vloeistof en laat
het minstens een nacht drogen. We nemen nu een cocktailprikker en brengen
een druppel Microscale
Kristal-Kleer aan in de rand van de sponning en rondom het ‘glas’. Dan
drukken we de ruitjes voorzichtig in de openingen en laten het zo drogen.
Als de Kristal-Kleer droog is, is het volkomen doorzichtig geworden en heeft
u perfect gemonteerde beglazing. Het spreekt vanzelf, dat u dit pas doet,
wanneer de loc of wagon geheel gespoten is, van decals is voorzien en een
nabehandeling heeft gehad met matte finish, anders moet het personeel door
matglas kijken!
Dit trucje is redelijk eenvoudig; met een beetje oefenen kunt u hiermee het
aanzien van uw locs, wagons en cabooses, zowel bij dag als bij nacht, aanzienlijk
verbeteren. Veel genoegen bij uw beglazingswerk.
Gelezen in ‘The Fuzee’, Newsletter van de Thousand Lakes Region – NMRA
Kadee koppelingen smeren
Kadeekoppelingen moeten
uiterst soepel kunnen bewegen om goed gecentreerd te blijven. We hebben allemaal
wel eens meegemaakt dat 2 wagens niet koppelden omdat een van de koppelingen
niet in het midden stond.
Speciaal de HO nrs.5 lijden aan dit euvel. De fabrikant geeft als oplossing
een beetje grafietpoeder in het koppelingshuisje te spuiten. We kunnen hiervoor
ook gebruik maken van de flacons grafietpoeder verkrijgbaar bij de sleutel-
en hakkenbar. Een veel eenvoudiger en doeltreffender methode is het bronzen
veerplaatje en de schacht van de koppeling met een zacht potlood ( 4 of 5B)
in te wrijven voordat we de koppeling en huis in elkaar zetten. ’t Werkt perfect,
kost slechts weinig tijd en is nog goedkoper ook! Succes. — FB
Vuile Rails
Zijn de rails op uw modelbaan ook altijd vies op die plaatsen, waar u er niet
bij kunt? Met in mijn veel te grote handen een railstuf, ontwortelde ik bomen
en brak ik telegraafdraden langs de baan. Een goede oplossing biedt een stalen
liniaal! Met een vingertopje Bisontix lijmen we een stukje polijstpapier om
het uiteinde van de stalen liniaal. We kunnen nu met onze hand op veilige
afstand, met voldoende druk de verontreinigde rails schoonpoetsen. De breedte
van mijn liniaal is 27 mm, dus beide spoorstaven worden tegelijk schoongepoetst.
De lijmresten op uw liniaal laten zich met een beetje oplosmiddel eenvoudig
verwijderen. — JB
Stof
De grootste vijand van de modelspoorder is: stof! ondanks allerlei voorzorgsmaatregelen,
is na verloop van tijd alles bedekt met een grijze laag. Bij de Kijkshop ontdekte
ik een klein stofzuigertje, dat op twee batterijen werkt. Deze ‘mini super
cleaner’ blijkt heel geschikt voor het schoonmaken van locomotieven, wagens,
huisjes enz. Aan het uiteinde zit een borsteltje, waarmee de fijnste modellen
afgeborsteld kunnen worden zonder gevaar van beschadigen. Mocht er onverhoopt
toch iets afbreken, dan wordt dit opgevangen in een klein stofreservoir. —
GT
Twiddle sticks
Bij een bezoek aan een Rover dealer kreeg Martin Boyask een folder onder ogen
waarin beschreven werd hoe je kleine lakschades (van steenslag e.d.) kunt
repareren. Normaal gesproken stipt u de beschadiging aan met wat verf. De
bobbel verf die dan ontstaat, kon volgens de folder het beste weggewerkt worden
door hele kleine stukjes zeer fijn (korrel 1200) schuurpapier op het uiteinde
van een klein cilindrisch voorwerp te lijmen: m.a.w. op een pen!
Martin Boyask bedacht hierop een variant: hij lijmde schuurpapier in een korrelgrootte
van 400-600 op het uiteinde van 2mm ronde plastic staaf met superlijm (de
gel variant). Door de staaf tussen de vingertoppen heen en weer te rollen,
ontstaat een miniatuur schuurmachientje voor precisie schuren. Martin gebruikt
ze o.a. voor het verwijderen van ongewenste opschriften van zijn N schaal
materieel. Het papier slijt snel, maar je kunt makkelijk een hele voorraad
reserve schijfjes maken. — MB
[Tip van de redactie: met een perforator kunt u heel snel een flinke voorraad schijven maken voor gebruik op een pen; LH]

Ga met de
back-knop terug
naar deze index
Soldeertips
Klinknagels ponsen
Wielen isoleren
Decals maken
Vlak gemonteerde ruiten en beglazing
Kadee koppelingen smeren
Vuile rails
Stof
Twiddle sticks
Tips & trucs