Spoor en bediening
Railbedding
Als alternatief voor kurken railbedding, kunt u ook balsahout nemen, dikte
3 mm, breedte 16 x 18 mm. In natte toestand redelijk goed te buigen. Evt.
om de 5 cm inkepingen maken, na drogen is het schuin afsnijden erg eenvoudig
te doen. En het is niet duur. — CK
Wisselaandrijving
Een zelfgebouwd of klaarkoop-wissel zonder aandrijving is natuurlijk niet
compleet. In plaats van dure wisselmotoren te kopen (ik had er nogal wat nodig),
besloot ik zelfbouw te plegen. Temeer daar mijn baan overal makkelijk bereikbaar
is leek het mij het beste eenvoudige handbediening toe te passen.
Veel
materiaal hebben we er niet voor nodig en moeilijk is het ook niet. We nemen
een plaatje koper of messing van 1 mm dikte en een stukje dito pijp van ca.
6 mm doorsnee. Erg kritisch zijn deze afmetingen niet. Verder hebben we nog
een stukje pijp nodig, dat makkelijk in de eerstgenoemde pijp kan schuiven.
Tenslotte een stukje stijf draad van 1 mm dikte.
Eerst
maken we een plaatje van 10 x 20 mm en solderen hierop haaks een stukje 6
mm pijp van 17 mm lang. Nu boren we in het plaatje 2 gaatjes van ongeveer
2 mm en zagen en vijlen in het pijpje een gleufje van 2 mm breed (fig. 1)
Dit vooral goed afbramen.
Vervolgens boren we in het dunne pijpje een gaatje van 2 mm op 10 mm van het
einde. Aan het andere einde op ongeveer 3 mm zagen we een gleufje ter dikte
van het zaagblad (fig. 2).
Nu
gaat het bewerkte dunne pijpje in de dikkere en lijmen of solderen we, voorzichtig
een boutje in het achterste gaatje dat door de schuine gleuf naar boven steekt.
Let er wel op, dat het gleufje aan het andere eind overeenkomstig de ‘handle’
aan de bovenkant zit. Tenslotte buigen we aan het einde van het draad een
stuk haaks om van 15 mm. Dit steken we aan het open eind van de dunne pijp
en direct omhoog door de gezaagde gleuf. Dan voorzichtig het omhoogstekende
stukje draad weer naar voren buigen (fig. 3). Aan het andere eind van de draad
buigen we dan een verbinding aan de wisseltongensteller. Nu kunnen we het
geheel zodanig naast het wissel monteren, dat de stelhandle van de aandrijving
in de twee uiterste standen de wisseltongen tegen een van de rijrails aandrukt.
Veel succes! — NN

Puntstuk voeden
Een
wissel met een geïsoleerd puntstuk kan voor sommige locs met slechts geringe
stroomafname moeilijkheden opleveren om hier zonder haperen doorheen te komen,
zeker bij lage snelheid. Vooral de betere fabriekswissels hebben daarom metalen
puntstukken die door de wisselmotor van stroom worden voorzien zodat een ongestoorde
loop door het wissel gewaarborgd wordt. Ook de wisselmotoren die los leverbaar
zijn hebben een puntstuk voedende functie ingebouwd. Maar wat te doen met
eigenbouwwissels, die we met hebben uitgerust? Het antwoord vond ik in de
Narrow Gauge & Shortline Gazette. We kopen bij onze plaatselijke elektronicawinkelier
een microswitch. Deze zijn in diverse soorten en afmetingen te koop, wil men
echter niet te veel moeilijkheden hebben met de camouflage van het geheel,
dan kunnen we het beste de kleinst mogelijke nemen. Ook als we de handwisselomstellers
van Caboose Industries gebruiken, is een microswitch dé aangewezen oplossing
van stroomvoorziening van het puntstuk.
De
montage is erg simpel en vereist absoluut geen aangeboren aanleg inzake elektronische
schakelingen. Aan één zijde van de microswitch zit een klein drukknopje (soms
verlengd met een hefboompje), dit plaatsen we aan het eind van de wisselsteller
(zie tekening). Als we nu de wisselsteller omzetten en de centrale pen naar
achteren eruit komt, moet het knopje van de microswitch ingedrukt worden.
Als we een klikje horen is het goed. Anders net zo lang schuiven, totdat de
werking duidelijk hoorbaar is. Wat is er nu gebeurd? In ruststand loopt de
stroom door de twee contactpuntjes, die meestal gemerkt zijn met NC (= normal
closed). Ook worden wel de cijfers 1, 2 en 3 gebruikt als aanduiding, waarbij
dan vaak de 1 en 3 in ruststand zijn doorverbonden. Wordt het knopje ingedrukt
dan gaat de stroom van het eerste contactpuntje naar het tweede. Eigenlijk
is het ook een soort wisseltje en daar maken we nu dus gebruik van. Het tekeningetje
laat u de verdere aansluiting zien van de draadjes.
Van
het derde contactje (soms gemerkt met C) loopt een draadje naar het puntstuk,
de twee eerste contactpuntjes verbinden we met de resp. looprails, zodanig
dat de wisselstand gelijk geschakeld is met de stroomvoering.
Staat
er geen aanduiding op de microswitch. dan zult u zelf moeten vaststellen hoe
de schakeling de stroom doorvoert.
Een beetje handige knutselaar ziet ook nog wel kans een eenvoudige fabriekswisselspoel
zodanig te verbouwen, dat ook op deze manier de microswitch gebruikt kan worden.
Tenslotte nog een (misschien overbodige) vraag. U hebt toch wel de twee rails
achter het puntstuk geïsoleerd? Succes! — FB
Tom Poes ballast
Ballast is een van die zaken waar we vroeg of laat allemaal mee te maken krijgen.
Ballast is ook iets dat opvalt wanneer het niet aanwezig is. Tien tegen een
dat u wel eens een aantal foto’s van bijzonder fraaie banen hebt gezien waarop
de ballast ontbrak. Jammer, vindt u niet?
Ballast
is te koop in vele vormen en van vele fabrikanten. Om maar eens een paar te
noemen: Preiser, Heki, Woodland Scenics, Realix enz. Allen zeer fraai en in
diverse kleuren verkrijgbaar. Als zovele modelspoorders ben ik echter op zoek
gegaan naar voor ballast bruikbare zaken in het dagelijks leven. U weet toch
dat wanneer u om u heenkijkt veel zaken kunt vinden die voor de hobby uitstekend
te gebruiken zijn? Een van de taken die ieder lid van ons huishouden regelmatig
krijgt toebedeeld is het verzorgen van ons huisdier: Poes Puppus. Toen ik
dan ook onlangs haar bak van schone vulling voorzag, drong het tot mij door
dat het hiervoor gebruikte materiaal een fraaie gelijkenis vertoonde met de
ballast die een bevriende LGB-rijder gebruikt. Als ik dit materiaal kon verkleinen,
dan was het ook voor 1:87 bruikbaar. Na lang zoeken vond ik een oude handkoffiemolen,
die geschikt was voor dit doel. De soort gebruikte kattenbakvulling was van
het merk Tom Poes. Middels steeds opnieuw proberen ontdekte ik dat slechts
een gering aantal omwentelingen van het maalwerk voldoende waren. Dit leverde
echter nog geen kant en klare ballast op. Nadat het materiaal door de koffiemolen
is gegaan wordt het eerst gezeefd met een gewone huishoudzeef. U houdt dan
een iets te grove ballast over, die echter goed gebruikt kan worden in gravelhoppers.
Het materiaal dat door de zeef gegaan is bevat echter teveel stof. Met gebruikmaking
van een stuk nylonkous kan dit nu gescheiden worden van de rest. Wat nu in
de kous achterblijft is de ballast die we kunnen gebruiken voor onze sporen.
Het stof dat we overhouden hoeft u niet weg te gooien, Dit is uitstekend geschikt
om te gebruiken op zijsporen die weinig gebruikt worden. U weet wel, waar
de sporen haast geen normale ballast bevatten en de bielzen bijna geheel in
het zand en stof verdwenen zijn. Vastleggen doen we op de reeds eerder beschreven
wijze, welke ik even kort zal herhalen. Vul een plantenspuit met water waaraan
toegevoegd een klein beetje afwasmiddel. Breng de ballast droog aan op de
sporen. Mooi glad en goed verdeeld. Maak nu het ballastbed met behulp van
de plantenspuit drijfnat, maar dan ook drijfnat. Vervolgens neemt u witte
houtlijm, verdunt deze 1:1 met water en druppelt het op de ballast. Als de
ballast nat genoeg is ziet u dat de houtlijm haast onmiddellijk erin trekt.
Minimaal 24 uur laten drogen, soms langer, afhankelijk van de temperatuur
in de hobbykamer. Daarna met een stoffer of stofzuiger de ballast welke niet
is vast komen te liggen verwijderen. Voila, een keurig ballastbed. Ik kan
u verder geruststellen, ons huisdier heeft tot op heden geen vergissing gemaakt
tussen de baan en haar bak. Dit ondanks het feit dat zij regelmatig poolshoogte
komt nemen op de zolder. — DK
Goedkope wisselaandrijving
Hoe vaak komt het niet voor dat men een bepaalde techniek of handigheid toepast,
die zo vanzelfsprekend is dat het niet in onze gedachte opkomt, dat er wellicht
velen zijn die hier nog nooit van gehoord hebben? Dat overkwam mij onlangs
wel en bij de gedachtenwisseling hierover leek het toch wel wenselijk dit
nog eens op papier te zetten. want er kunnen lezers zijn, die dit inderdaad
nog niet kennen.
Het
betreft de aandrijving van een wissel d.m.v. een eenvoudige fietsremkabel.
Soms kan het gewenst zijn kostenbesparend te werken, ook in onze hobby. Als
we dan een aantal wissels nodig hebben kan dit aardig in de papieren lopen,
zeker als we deze vanwege de ligging op afstand moeten aandrijven, dus elektrisch.
Maar ook als we onze zelfgebouwde wissels van een aandrijving moeten voorzien
is de remkabel het overwegen waard.
We
kopen bij een rijwielzaak het gewenste aantal remkabels. Voorremkabels zijn
korter dan achterremkabels, het hangt er dus van af hoever het wissel vanaf
de voorkant van de baan ligt, welke we nodig hebben; ze kunnen gemakkelijk
worden ingekort, dus de keus is niet moeilijk. In fig. 1 heb ik schematisch
aangegeven hoe we de bewuste kabel van de voorkant van de baan naar de aangegeven
plek, het wissel dus, voeren. De buitenkabel laat zich gemakkelijk buigen
en de doorsnee hiervan (5 mm) past precies door kleine schroefoogjes.
Aan
de kant van de ronde knop zetten we de kabel vast in een paneel, of onder
de voorkant van onze baan met een stevige kram, zodat de buitenkabel gefixeerd
zit. Aan de wisselkant wordt de buitenkabel eveneens vastgezet. Er zijn meerdere
mogelijkheden om het eind van de binnenkabel het wisselmechanisme te laten
bewegen. De beweging is natuurlijk beperkt en uiteraard alleen voor- en achteruit
(of linksrechts, het ligt er maar aan hoe je het bekijkt).
Voor
een wissel dat in het geheel geen eigen aandrijving heeft, zoals Shinohara,
Peco en zelfgebouwde exemplaren; daarvan kunnen we het beste onder de baan
de binnenkabel koppelen aan en Z-vormig gebogen stuk stevig staaf; dit wordt
dan door een messing buisje scharnierend gemaakt. Zie figuur 2.
Sommige
fabriekswissels hebben bovenop vaak een pennetje, waarmee we het wissel kunnen
om1eggen, soms zelfs een hefboompje. In figuur 3 heb ik getracht dit in een
tekening duidelijk te maken. Het stuk draad moet minstens 1,5 mm dik zijn,
om te voorkomen dat het te makkelijk gaat doorbuigen. Om de beweging zo vlak
mogelijk te houden moeten we dit stangetje door een buisje laten glijden.
Dit kan van messing zijn, maar ik gebruikte met succes een lege plastic balpenvulling,
die ik met Tixlijm (Bisontix of Tixotrope lijm van de Hema) vastlijmde. Voor
de koppeling van het uiteinde van de remkabel aan het stangetje nam ik een
metalen busje uit een plastic kroonsteentje. Dit heeft aan beide zijden een
schroefje zoals we weten, dat bijzonder geschikt is om beide draden met elkaar
te verbinden.
Ik hoop u met deze tip een oplossing aan de hand te hebben gedaan, waar u
vast wel nut van kunt hebben. — FB
Rails schoonmaken
Met de regelmaat van de klok lees ik in tijdschriften en catalogi hoe ik mijn
sporen schoon moet houden. Van gummen tot schuren en van alles daar tussenin.
Eigenwijs voeg ik mijn manier daar nog aan toe!
Contact
cleaner uit een spuitbusje is een prima schoonmaakmiddel. Maar hoe breng je
dat aan? Een lapje blijft achter wisseltongen haken en poetst niet alleen
de kop van de rail schoon, maar beschadigt ook de verf erop. Een blokje hout,
natgespoten, weet ook verbazend veel schade aan te richten als je ergens tegenaan
stoot tijdens het schoonmaken. Vlak en stevig materiaal, dat nauwelijks weerstand
biedt tegen stoten, vond ik in piepschuim. Het komt regelmatig als verpakkingsmateriaal
in ieder huishouden binnen. Een blokje ervan snijden is zo gebeurd. Spuit
Contact cleaner erop en schuif het over sporen en wissels. Stoot je toch ergens
tegen aan, dan begeeft het piepschuim het al gauw. Deze methode bevalt me
al jaren prima. — HB
Goedkope kurkbedding
Een tip voor eenieder die nog met de onderbouw van zijn of haar baan bezig
is. Ga naar de bouwmarkt en koop daar een of meerdere pakketten met kurktegels.
Deze tegels zijn 3 mm dik en 30 x 60 cm groot. Een pak van 11 stuks (2m2
) kost zo’n € 18,–.
Snijd
hiervan repen van 5 cm breed (voor schaal HO) of telkens 2 van 2,5 cm, handiger
in bogen, en je komt uit op een totale lengte van 39,60 m! Dat is nog geen
gulden per meter en dus heel wat voordeliger dan de fabrieks-kurkbedding.
Daar mag je blij zijn als je 3 meter voor
€ 5,– krijgt. En hoe kleiner je schaal, hoe groter het voordeel wordt!
Vind je 3 mm te dun, dan plak je gewoon 2 lagen op elkaar, dit sluit ook vrij
goed aan bij de standaard hoogte van 5 mm die de meeste fabrieksmerken voeren.
Succes,
maar denk om je vingers bij het snijden — KF
Goedkope kurkbedding (2)
Bij de bouw van mijn Tussey Mountain RR paste ik eveneens de 30 x 60 cm plaatjes
uit de plaatselijke bouwmarkt toe. Een groot voordeel van de plaatjes vond
ik dat wissels, kruisingen en emplacementen in één keer op maat kunnen worden
gesneden. Het probleem van het buigen van het toch wat stugge materiaal –
en daar gaat het om in dit verhaaltje – loste ik op door de 2,5 cm brede kurkstroken
over hun hele lengte met een Stanleymes van inkepingen te voorzien. Deze insnijdingen
maakte ik iedere ca. 2,5 cm en ze waren ongeveer 1 cm diep. Ten gevolge van
het buigen ontstonden dan weliswaar smalle open wiggen aan de buitenkant van
de bogen, maar met een lik plamuur waren die in twee tellen weer
gevuld. — HB

Ga met de
back-knop terug
naar deze index
Railbedding
Wisselaandrijving 1
Puntstuk voeden
Zelf ballast maken
Wisselaansdrijving 2
Rails schoonmaken
Kurkbedding 1
Kurkbedding 2
Tips & trucs