Scenery
Gips
Werkt u nog steeds met gips dat óf als dunne modder wegloopt, óf onder uw
handen hard wordt?
Een theelepeltje azjin uit de keuken op een kilo gips vertraagt het uitharden
uren. — CK
Het omgekeerde (sneller hard wordend gips) bereikt u door in de emmer met
het water dat u gebruikt voor het aanmaken van het gips een handvol gips te
strooien; handig als u snel afgietsels m.b.v. mallen wilt maken — LH
Watergolven
Wilt u een wateroppervlak gieten in epoxyhars en ziet u geen kans om de golfjes
er in te maken? Na het harden deponeert u vele kleine druppeltjes M.E.K. (Methyl
Ethyleen Ketone) op de epoxy. Na enkele minuten wordt het oppervlak een beetje
zacht, de M.E.K. is langzamerhand verdampt en met een rond eind aan een houtje
kunt u golfjes maken. — CK
Mallen maken
RTV Latex kan behalve als bindmiddel voor railballast, ook gebruikt worden
om zelf mallen te maken. Wat hebben we er voor nodig? Een busje latex, dit
is bij een goede handenarbeidzaak als melkachtige vloeistof te koop. Kunt
u dit niet krijgen, probeer dan Bison Jutex textiellijm, dit is praktisch
hetzelfde alleen in wat dikkere vorm. Verder een oud kwastje (de Bisonlijm
laat zich ook goed met een spatel opbrengen). Een rolletje dun verbandgaas,
een oude krant (!) en het voorwerp waarvan we de (contra)mal gaan maken. Dit
kan een mooi gevormde steen zijn, (lava-steen b.v., bij een tuincentrum verkrijgbaar).
Op de foto ziet u een stuk versteend hout, maar ook een stuk antraciet heeft
soms een mooie structuur.
Ik
heb met succes een mal gemaakt van een tunnelportaal, maar ook steunmuren
of brugpijlers kunnen afgegoten worden.
De werkwijze is erg eenvoudig. We smeren het af te gieten object in met een
laagje latex, laten dit drogen en smeren er een tweede laag op. Nadat dit
weer droog is, de derde laag, enz. Op deze manier bouwen we beetje voor beetje
een dikke laag rubber op, want het resultaat als de latex uitgevulcaniseerd
is, is een zeer soepele rubberlaag. Het is echter niet sterk en daarom gaan
we de mal bedekken met een laagje verbandgaas en smeren het geheel weer in
met latex. Dit kunnen we dan nog een keer herhalen en tenslotte laten we de
hele zaak een paar dagen goed doorharden.
En
dan komt het mooie moment, waarop we voorzichtig de laag rubber van ons object
gaan afpellen. Hebben we een voldoende dikke laag aangebracht, dan zal dit
geen problemen opleveren en houden we uiteindelijk een soepele contramal in
onze handen, waarvan we net zo veel afgietsels kunnen maken als we willen.
Het verdient aanbeveling om de mal, als hij goed droog is geheel met talkpoeder
te behandelen.
Het
maken van een afgietsel gaat het eenvoudigst door de mal in een bakje met
zand te leggen, zodat deze overal gesteund wordt. We maken voldoende dunne
gips aan om de mal geheel te vullen (als er wat naast loopt, komt het in het
zand, dus dat is niet erg). Na ongeveer 5 á 10 minuten begint het gips op
te stijven. Hebben we een stuk rotswand nodig, dan pakken we de mal in de
hand en drukken deze op de vooraf bepaalde plek op de bergwand in wording.
Deze hebben we van te voren met de plantenspuit goed natgemaakt. We drukken
de mal goed aan en laten deze vervolgens verder hard worden. Na ongeveer een
half uur kunnen we deze dan voorzichtig lospeuteren en ziedaar een fraai gevormd
stuk rotswand blijft achter.
Doordat de mal zelf soepel is, kunnen we zonder bezwaar gebogen oppervlakken
en ronde vormen makkelijk verwerken. Het is ook mogelijk het gips in de vorm
geheel te laten hard worden, bijvoorbeeld voor een steunmuur of tunnelportaal.
Laat dit dan wel minstens 24 uur uitharden om breuk van dit betrekkelijk dunne
object te voorkomen. Ik wens u veel succes! — FB
Druifbomen
In Bunnik zag ik plotseling deze boompjes op een tafel staan. Op het eerste
gezicht kwamen ze me toch wel een beetje bekend voor. Zijn dat geen..? Ja,
ze waren gemaakt op een manier, waar ik jaren geleden al eens een poging toe
heb gedaan, nl. van gedroogde druiventakjes. Vandaar die bekendheid. De maker
van deze fraaie boompjes had nu echter de beschikking over Wood-land Scenics
foliage en het resultaat was alleszins aanvaardbaar.
Als u de komende maanden druiven eet; gooi de leeggegeten takjes niet weg!
Laat ze drogen en drapeer er daarna goed uitelkaar geplozen foliage over.
De kleine trosjes zijn uitstekend geschikt voor kreupelhout, struiken en ander
laaggroeiend groen. De grotere trossen lenen zich heel goed voor wat middelgrote
bomen, zoals de exemplaren op deze foto. Qua vorm zijn ze ook geschikt om
er berkenbomen van te maken, dan moeten we de stammetjes echter wel van tevoren
kleuren met heel licht zilvergrijze verf, b.v. Polly-S of Tamiya acrylverf.
De naam van de maker is mij helaas niet bekend. — FB
Water
Water op de modelspoorbaan is een hoofdstuk apart. Er werden hierover reeds
vele manieren beschreven: heldere vernis, polyester hars (stinkt ontzettend!),
epoxyhars, glanzende medium enz. Welk materiaal u gebruikt, hangt van uw eigen
inzicht (en/of ervaring) af. Hoe dan ook, u zult na het vervaardigen van rivier,
vijver, kanaal of meer altijd wel een beetje overhouden.
Rick
Shoup zond enkele tips over het aanwenden van deze kleine overschotjes. Onder
de vularm van een watertank blijft altijd wel wat water staan. In de kuilen
van een hobbelige landweg blijft ook vaak wat water staan na een regenbui.
Of onder en naast een geparkeerde auto, die net is gewassen. Bij een benzinestation
worden ook wel eens auto’s gewassen, ook hier is na afloop de grond nog nat.
Zet een auto aan de kant van de weg, plasje ‘water’ eronder, de eigenaar met
zwaaiende armen ernaast ... lekke waterpomp! Enfin, u kunt ongetwijfeld zelf
nog wel meer ideeën verzinnen om ook op het ‘land’ van uw modelbaan de boel
niet zo droog te laten. — FB
Suggestieve scenery
Als alternatief voor de gebruikelijke gipsen rotswanden wil ik u mijn ervaring
met isolatieschuim uit de spuitbus niet onthouden. Een imposante bergrug van
slechts enkele centimeters dik vormde ik door uit de spuitbus zeer voorzichtig
doserend het ene laagje spuitschuim op het andere stapelend over een breedte
van ongeveer twee meter. Als enige ondergrond diende het met metaaldraad versterkte
papier van Heki, dat ik onder het roadbed van de spoorbaan vastmaakte en dat
ik vrij stijl enige tientallen centimeters hoger tegen de muur van de spoorzolder
liet rusten (zie doorsnedetekening).
Het
schuim hardt redelijk snel en laat zich daarna met bijvoorbeeld een hobbymes
goed bewerken. Voor u als een wilde een paar spuitbussen laat leeglopen op
uw spoorcreatie zijn hier nog wat kritische kanttekeningen ter overweging.
Het spuitschuim zet ongeveer 2 x het opgespoten volume uit, dit is nooit constant en verschilt per merk en per spuitbus.
Doorprikken van het schuim in vochtige ongeharde toestand levert fantastische grillige steenmassieven op; het is erg smerig werken en het spul plakt aan alles, waarmee het in aanraking komt en laat ongaarne los. Bewerking in geharde staat is makkelijker. Afblijven dus.
Goede ventilatie van de ruimte waarin wordt gewerkt is een must (gas!) en aanraking met huid en zeker op kleding moet worden gemeden als een zojuist ontplofte kernreactor.
Bij één gelegenheid heeft het schuim zich, door mijn onbekendheid met de
uitzettingsfactor, over de sporen verspreid van een klein stukje baanlengte.
Dit veroorzaakte bij mij ontzetting en daarna paniek. De imitatie-natuurramp
bleek na uitharden van het schuim in dit geval mee te vallen. Omdat ik commerciële
rail gebruik van Peco (nikkel-zilver rail met plastic bielzenmat waarin veel
‘weekmaker’) liet het geharde schuim zich daarvan moeiteloos lostrekken; de
reeds gelegde ballast gaf de toplaag prijs en dat was dat. Een dergelijke
calamiteit met houten bielzen en ongeballaste sporen zou hebben geleid tot
afbreken en opnieuw beginnen!
Als
ondergrond voor de spoorbaan is het schuim niet echt geschikt. Ik baseer dit
op het feit, dat een trestlebrug op dit schuim werd gefundeerd en door onbegrijpelijke
nawerking van het schuim inmiddels toch weer een paar millimeter omhoog werd
geperst; ik spreek nu over het verloop van een tweetal maanden!
Verven
van het schuim gaat vrijwel met alles, behalve de bijtende verfsoorten; latexverf
bleek goed te voldoen; vastzetten van IJslands mos met montagekit is ook bevredigend
en takjes of bomen worden zonder veel omhaal in de ‘grond’ geprikt. Schuim
ze! Oh ja, nog even dit. Als de fabrikanten van geuren bij uw modelbaan denken,
dat dit de enige geurmogelijkheid is......Bij een rondgang door de supermarkt
kocht ik, voor de kleur aanvankelijk, fraaie zakjes kruiden, zoals carbonadekruiden,
speklapjeskruid, cayennepeper etc. Als wegbedekking uitgestrooid en vastgezet
met waterlijm (net zoals ballast gelijmd wordt) begonnen deze ingrediënten
bij het natmaken een hoeveelheid exotische geurtjes af te scheiden volledig
passend bij een land als Pabravia.
Probeer
eerst een stukje uit op een los plankje, voor de prijs hoeft u het niet te
laten! — RB
Onkruid planten
In onze pogingen om de scenery op de modelbaan zo dicht mogelijk de werkelijkheid
te doen benaderen, moeten we soms naast natuurlijke ook oneigenlijke materialen
te hulp roepen om een bepaald resultaat te bereiken.
Een
daarvan is het nabootsen van onkruid in de vorm van hoog opschietende grassen.
Dit wordt heel goed benaderd door hiervoor plukjes sisaltouw (van oorsprong
ook een natuurproduct) – al dan niet geel/groen geverfd – te planten.
Zolang
het touw nog een lange streng is, zorgt de twijning ervoor, dat het keurig
in elkaar gedraaid blijft. Knippen we echter stukjes van ± 2-2½ cm ervan af,
dan vallen de vezeltjes uit elkaar en valt het niet mee, deze als een geheel
in een daarvoor bestemd gaatje te planten. Ik heb daar bij toeval de volgende
oplossing voor gevonden.
We
knippen van een enkele twijn sisal een stukje af van ongeveer 6 cm voor twee
bosjes gras (of zolang als we onze planten willen laten groeien). We draaien
de twijning nog eens extra stevig in elkaar, vouwen het stukje touw dubbel
en houden dit zo vast tussen duim en wijsvinger. Vervolgens dopen we het dubbelgevouwen
eind in vloeibare Latex, Jutex of witte houtlijm zodat er in het midden van
het stukje sisaltouw ongeveer 1 cm geheel door lijm is omgeven. We draaien
daarna het nu weer gestrekte stukje touw nogmaals met beide duimen en wijsvingers
stevig in elkaar, zodat de lijm goed in de vezels wordt geperst (we wringen
het a.h.w. uit) en leggen de stukjes touw te drogen. Na ongeveer een kwartier
tot een half uur is de lijm dusdanig ingedroogd, dat we de gelijmde plaatsen
nogmaals kunnen aandrukken door deze al draaiende tussen duim en wijsvinger
te rollen.
De
volgende dag snijden we onze dubbele planten precies in het gelijmde deel
doormidden en kunnen deze gemakkelijk in de daarvoor bestemde gaatjes in de
ondergrond planten. Ook dit weer na eerst een weinig witte houtlijm in het
gaatje te hebben gesmeerd of het "wortelgedeelte" van de plant in
de lijm te hebben gedoopt.
In
de hierbij geplaatste schetsjes heb ik geprobeerd een en ander nog wat te
verduidelijken.
Door
de sisaltouw plukjes op deze manier te behandelen kunnen we zonder bezwaar
de vorm van het ‘gras’ plat, krom of gewoon recht laten, al naar ons eigen
idee. Het eigenlijke ‘planten’ gaat ook erg snel, zodat het vrij gemakkelijk
is hiervan een flinke hoeveelheid te gebruiken, eerst dan zal het resultaat
ook werkelijk effect hebben. — FB
Zeeschuim takjes recht maken
Zeeschuim is een populaire grondstof voor het maken van bomen en struiken.
Het nadeel van dit plantje is echter dat de takjes vaak vrij krom zijn. Om
de stam weer redelijk recht te krijgen, moet u hem verwarmen.
Met
een lichte soldeerbout (25 Watt) kunt u ze recht maken door ze met de bolle
kant naar boven op een plat vlak te leggen en met de soldeerbout voorzichtig
neer te drukken (zie de tekening).
Maak
een wrijvende beweging met de bout om de hitte te verdelen en schroeiplekken
te voorkomen. — JE
Zandwegen per barbecue
Bij voorkeur laten we het wegverkeer op onze modelbaan gebruik maken van smalle
landwegen, die nemen veel minder plaats in dan een grote auto- of snelweg.
Een
eenvoudige zandweg heeft bovendien meer karakter en laat zich makkelijker
aanleggen met meer bochten en een niet zo glad wegdek. We zijn al gauw geneigd
hiervoor zand te gebruiken. Nu is zelfs het fijnste zand, omgerekend naar
de werkelijkheid, nogal grof, zeker in de kleinere schalen (‘N’ en ‘Z’).
Na
het opruimen van de as van een barbecue-party viel mij de fijne structuur
van de as op. Ook de kleur (licht geel/grijs) leek mij heel geschikt. Nadat
ik alles had gezeefd (wel een stoffig karweitje, dat men beter niet met sterke
wind kan doen!), bleef er een flinke hoeveelheid over, genoeg om mijn hele
baan van wegdek te voorzien.
U
kunt het te behandelen weggetje insmeren met (hout)lijm en dan de as er over
strooien middels een fijn theezeefje, of de as vermengen met verdunde witte
houtlijm en de aldus ontstane pasta over het wegdek uitsmeren.De uitgezeefde
grotere stukken zijn altijd nog geschikt om dienst te doen als zwerfkeien
of ander natuurlijk puin.
Zo
zie je maar weer, dat voor een modelspoorder altijd nog wel iets bruikbaar
is dat door een normaal mens weggegooid zal worden. — FB
Struikgewas
Laag struikgewas kan prima gemaakt worden van ruwe bruine wol en Woodland
Scenies mate-riaal. Een pluk uit elkaar getrokken ruwe wol wordt in een laagje
witte houtlijm gedrukt en vervolgens bespoten met een lijmspray. Daarna worden
diverse kleuren groen (coarse turf) van Woodland Scenics over de wol gestrooid
(niet te veel, dus net dicht strooien). Een beetje ‘yellow grass’ tussen het
groen en op de wat open plaatsen geeft het effect van dorre bladeren. De fijne
bruine draadjes van de wol imiteren de takken. Op deze wijze kan een aardig
struikgewas worden gemaakt waar je doorheen kunt kijken en wat daardoor (vooral
door de bruine wol) ook diepte heeft, mits voldoende open gehouden.
Met
ruwe wol bedoel ik de onbehandelde wol direct van het schaap, dus schapevacht.
De vacht moet alleen gereinigd zijn (of worden), verder niets. Ruwe wol is
verkrijgbaar bij boeren en de gereinigde en gewassen wol is verkrijgbaar in
natuurmate-rialen zaakjes (de alternatieve winkels) of – zoals in mijn
geval – bij een familielid dat toevallig zelf wolt spint. — HK
Materialen
Collega modelbouwer Piet Felix heeft me geattendeerd op het enorm gevarieerde
aanbod aan natuurlijke strooimaterialen van Rainershagen. Via deze Tips &
Trucs wil ik ook anderen hierop attenderen. Rainershagener Naturals kan maar
liefst 320 soorten strooimateriaal leveren met een grote variatie in afmetingen
(zeer fijn poeder tot grof (enkele centimeters) en veel kleurvariaties (bruin,
roodbruin, bruingrijs, grafietgrijs, oker. donkerrood, lichtbruin, zwart,
geel, blauw, lichtgrijs, donkergrijs, middelgrijs, groengrijs, zwartbruin,
kalkwit en ga zo maar door). De materialen zijn geschikt voor het modelleren
van stenen ondergrond, puinhellingen. Grind en stenen in beken, akkergrond,
bosgrond, heidebodem, zandbodem, straten en wegen. rotsblokken, rivierslib,
stof, railbedding en voor wagonladingen (kolen, as, cokes, ijzererts) — HK
Verf
Langs deze weg wil ik de prima eigenschappen van Rembrandt acrylverf van Talens
onder de aandacht brengen (ook andere merken bv. Winsor en Newton zijn goed).
Het voordeel van deze verf is dat zij zeer fijn pigment bevat en sterk met
water verdund kan worden zonder dat de verf uiteenloopt (‘uiteen valt’). De
verf is geschikt voor aquarel technieken en dus prima voor onze hobby. Het
voordeel boven echte aquarel-verf is dat na droging de verf niet meer ‘afwasbaar’
is en dus eenmaal aangebrachte effecten niet meer weggespoeld worden door
de grote hoeveelheden water die we in onze hobby gebruiken. Persoonlijk heb
ik goede ervaring met het aanbrengen van subtiele kleurvariaties op rotsformaties.
In het boek van Dave Frary ‘How to build realistic model railroad scenery’
worden diverse van deze toepassingen vermeld. — HK
Saliebomen
In de Amerikaanse modelspoorpers lezen we wel eens dat je die-en-die plant
kunt gebruiken om modelbomen van te maken. Negen van de tien keer gaat het
dan om een lokaal gewas, dat hier in ons kikkerlandje niet groeit. Een mogelijke
uitzondering op die regel is sagebrush, dat wordt aangeprezen als grondstof
voor boomstammen/stronken in de grotere schalen (HO en groter). De houtachtige
steel van dit plantje schijnt een mooie grillige structuur te hebben.
Raadpleging
van een woordenboek leerde mij dat wij sage kennen onder de naam salie (salvia
officinales, salvia splendens). Ik weet niet zeker of dit hetzelfde plantje
is en ik weet ook niet of de aanverwante plantjes rosemarijn, organum, tijm
en marjolein soortgelijke eigenschappen bezitten. Maar het lijkt me de moeite
van het proberen waard. — LB
Gras maken volgens de natte methode
Met mijn baan als scheepselektricien bij de H.A.L. is het hebben van een modelspoorhobby
niet echt de meest voor de hand liggende keuze, aangezien ik maar een aantal
maanden per jaar in de lage landen verblijf, om vervolgens de kostbare tijd
die ik dan heb, ook nog te gaan doorbrengen achter mijn Macin-toshje, om voor
u allen het onderstaande verhaal te typen is dan natuurlijk helemaal verkeerd
wil je iets aan (spoorweg)-modelbouw doen. Toch doe ik dit om twee redenen.
De eerste is dat ik u dit relaas toch niet wilde onthouden, omdat sommigen
onder u er wellicht iets aan hebben, maar ook om al diegenen die geen kopij
naar ons tijdschrift sturen omdat men meent er geen tijd voor te hebben, aan
te sporen om dit dan toch maar te gaan doen, desnoods terwijl men zit te wachten
totdat de verf op een of ander model is gedroogd.
Ziezo,
dit gezegd hebbende wordt het tijd om maar eens aan mijn verhaal over gras
te beginnen. Iedereen kent het wel, loslatende kruimels grasstrooimateriaal
waardoor er kale plekken ontstaan; kortom ergernis. Vaak komt dit door een
minder goede manier van gras lijmen. De hierna beschreven methode is weliswaar
niet de enige en misschien ook niet de beste, maar toch een eenvoudige manier
die voor mij voldoet en het resultaat is ‘stofzuigervast’. Aan de slag dus.
Allereerst
strooien we het materiaal op de plaats waar we het hebben willen, wees niet
al te zuinig, ik zou haast zeggen ‘overdaad baat’. Hierna pakken we een plantenspuit
en doen hierin een oplossing van afwasmiddel en water. Het afwasmiddel dient
ervoor om de oppervlakte-spanning van het water te breken; dit voorkomt het
klonteren van ons strooimateriaal.
We
nevelen ons grasveldje nu flink nat. Hierna maken we een oplossing van het
afwaswater en witte houtlijm in een verhouding van 1 op 5 tot 1 op 6, in het
voordeel van het water natuurlijk. Met onze vingers controleren of het voldoende
kleeft en hierna doen we het weer in de plantenspuit. Ons natte grasveldje
benevelen we nu weer totdat er een dunne witte film over ligt, dit droogt
echter glashelder op. Eventueel kunt u nog een laag aanbrengen, deze weer
nat nevelen en vervolgens lijmen, net zo vaak totdat het beoogde resultaat
is bereikt.
We
laten dit geheel nu minstens 24 uur drogen en zuigen daarna eventuele losse
korreltjes weg. Klaar is Koos. Deze methode is ook geschikt om het ballastbed
vast te maken. Controleer hier na elke strooi- en nevelbeurt of er geen korreltjes
op de spoorstaaf zijn terecht gekomen etc.
Nog
even iets over de juiste kleur. Er is niet één juiste kleur, maar er zijn
wel juiste kleuren; gebruik een aantal kleuren door elkaar. Een echt weiland
is vaak een mengeling van kleuren. Bosbodems zijn vaak donkerder en bruiner
van kleur, denk maar eens aan verdorde dennenaalden. Een goed resultaat geeft
ook het gebruik van echte aarde, door een theezeefje gezeefd. Voordat men
een grasland op de baan maakt is het altijd handig om eerst een proefstukje
te maken om te zien hoe het resultaat wordt. Door het water lijkt de kleur
vaak iets donkerder dan na droging. Veel succes — KF

Ga met de
back-knop terug
naar deze index
Gips
Watergolven
Mallen maken
Druifbomen
Water
Suggestieve scenery
Onkruid planten
Zeeschuim
Zandwegen
Struikgewas
Materialen
Verf
Saliebomen
Gras
Tips & trucs