Materieel
Kadee en Athearn
Van vrijwel alle merken Amerikaanse goederen wagons en locs is het omruilen
van de fabrieks-koppelingen, (Horn-hook type) met de Kadeekoppelingen een
vrij eenvoudige zaak. Toch bevredigden mij de Athearn boxcars en reefers niet
helemaal. Hierbij zat de klauw van de Kadee nr. 5 duidelijk te laag. Hiervoor
de nr. 7 in de plaats zetten geeft niet het gewenste resultaat, daar deze
een andere bevestiging noodzakelijk maakt en dan weer te hoog uitkomt. Opvulringetjes
tussen de bolster en de truck gaf ook geen goede oplossing omdat de wagon
dan teveel gaat wiebelen. Het euvel ontstaat door de dikke bodem van het koppelingshuisje
van de Athearn kit. Hier is verder weinig aan te doen. De enige oplossing
is het afzagen van dit deel van de kit (zie schets) en hiervoor in de plaats
de Kadee nr. 5 compleet gemonteerd in zijn eigen huisje onder de wagon te
schroeven. Hiervoor dient u 2 gaatjes te boren door de metalen gewichtsplaat
en bodem en dan de koppeling met een schroefje en moertje vast te zetten.
Toen ik met dit karweitjes bezig was schoot mij een artikeltje te binnen,
dat ik ooit gelezen heb over het verfraaien van fabriekswagons. Een van de
punten daarin beschreven was het verbeteren van de onderkant van Athearn wagens.
U zult met mij eens zijn. dat de – weliswaar weinig zichtbare kant van deze
wagons – niet bepaald fraai aandoet Als we dan bovendien zien, dat de eigenlijke
binnenkant van de vloer van planknaden is voorzien, dan kunnen we zonder veel
omhaal een ‘mooiere’ onderkant verkrijgen. We verwijderen eerst de langwerpige
steunen aan de zijkanten, die in de deuropeningen passen. Daarna lijmen we
voorzichtig de centersill met crossbearers en bolsters op de (planknaden)kant
van de vloer, nadat we de koppelingshuisjes hebben afgezaagd.
Nu
lijmen we de gemonteerde Kadee nr. 5 in het verlengde van de centersill zodanig,
dat de voorkant van het koppelingshuisje gelijk komt met de buitenkant voor
de kopwand. Vervolgens worden de trucks met de daarvoor bestemde schroefjes
vastgezet. We hebben nu als het ware een platte wagen, waarvan de koppeling
dus gecontroleerd kan worden met de Kadee koppelingsmal. U hebt toch wel zo’n
apparaatje? Zonder dit is het vrijwel onmogelijk de Kadee koppelingen juist
af te stellen. Meestal moet de kromme ontkoppelingspen iets omhoog worden
gebogen. Nadat de gelijmde koppeling goed droog is, boren we het gat door
de vloer en zetten deze met een schroefje door en door vast. Vertrouwt u vooral
niet op lijm (ACC of 2-componentenlijm), daar deze bevestiging absoluut niet
afdoende is.
Ten
slotte moet de metalen gewichtsplaat nog worden bevestigd. Deze komt nu dus
in de wagon te liggen en laat zich met bisontix prima vastlijmen. Extra gewicht
is nog wel nodig, ook dit kunnen we binnenin vastlijmen. Wilt u, indien de
deuren openstaan toch liever een houten vloer zien, dan kunnen we het wagongewicht
in tweeën verdelen en dit voor- en achterin bevestigen. In het midden lijmen
we dan een klein plaatje 2 mm triplex, Northeastern- of Kapplerhout. Dit is
overigens alleen dan nodig, als u een wagon met open deuren laat staan, onder
het rijden moeten ze altijd gesloten zijn. De keus is aan u.
Het monteren van de kap op het onderstel levert verder geen enkele moeilijkheid
op. Deze klemt eenvoudig over het kant-en-klare onderstel.
Bent u bang dat een en ander misschien ongewenst los zouraken (de klemnokken
in de deuropeningen hebben we immers verwijderd), dan kunnen we op enkele
plaatsen een druppeltje lijm tussen de naden laten lopen. Indien we dit spaarzaam
doen, is eventuele demontage naderhand best mogelijk. Nodig is het m.i. echter
niet. — FB
Stroomafname Athearndiesels
De stroomafname van Athearn diesels is een vrij aardig uitgekiend systeem.
De wielen zijn op nylon assen geperst en iedere kant van het draaistel heeft
via de lagers een vrij gunstige weg om de opgenomen stroom door te geven aan
de metalen klemmen, die boven ieder draaistel uitsteken.
Maar
dan. Verende strippen moeten zorg dragen, dat deze stroom naar de boven op
de motor aangebrachte koperen strip wordt doorgegeven. En hier kan nog wel
eens wat mis gaan. De langsvormige strip is vrij gemakkelijk te verbuigen
en het is zonder meer duidelijk dat een storing hiervan het gevolg kan zijn.
Om het pad van de stroomvoering te effenen heb ik hiervoor de volgende oplossing
gevonden. Ik kocht in een automaterialenzaak wat schuifplugjes welke gebruikt
worden om autolampen aan te sluiten. Ze zijn er in vele maten, maar voor dit
doel is 6 mm goed. Nadat ik de isolatie verwijderd had, soldeerde ik een draadje
aan het blanke busje. Het andere eind van het draadje werd aan de koperen
strip boven op de motor gesoldeerd. Daarna boog ik het busje + 60 graden om,
zodat het schuin omhoog wees. Bovenin de kap is nl. ruimte genoeg, aan de
zijkant niet. Op de foto is duidelijk zichtbaar hoe een en ander er uit moet
zien. Het hier gebruikte draadje is wat zwaar, dit heb ik gedaan om het op
de foto wat duidelijker uit te laten komen.
Op
deze manier is de stroomvoering vele malen zekerder en moeten de draaistellen
om welke reden ook uitgenomen worden, dan zijn deze zeer eenvoudig los te
maken, zonder eerst de soldeerbout te hoeven gebruiken. —FB
Van GP-7 naar GP-9
De modelspoorder die het Amerikaanse prototype als voorbeeld neemt, weet ongetwijfeld
wel, dat de door Athearn vervaardigde GP-9 dieselloc eigenlijk een GP-7 is.
Lees hier hoe u dit kunt corrigeren.
Het
grote verschil tussen de 1500 PK sterke GP-7 en de 1750 PK GP-9 is uiterlijk
zichtbaar aan de plaatsing van de ventilatie-louvres in de deuren van de ‘long
hood’ en onder de zijkanten van de cabine.
Zoals geleverd door Athearn bevinden zich onder de cabine opzij 2 stel louvres
en 1 stel verder naar voren in de ‘battery-boxes’. De echte GP-9 mist echter
het dubbele stel onder de zijruiten van de cabine.
Dan zijn er op de deuren van het motorcompartiment vanaf de cabine gezien
resp. 4-2 en bijna achteraan nog eens 2 set louvres te zien. Dit moet voor
de 9 zijn resp. 1-1, 6, 0 en tenslotte nog eens 1.
Het verwijderen van de teveel aanwezige louvres is niet zo moeilijk. We snijden
deze weg met een plat X-acto mesje nr.17 en schuren de restanten voorzichtig
na met een stukje fijn schuurpapier. Ik gebruik hiervoor met succes een stukje
K&S ‘Flex-i-grit’ schuurfolie. Dit is dankzij de plastic drager (i.p.v.
papier of linnen) tot op een zeer klein oppervlakje te vouwen zonder breken
of scheuren. Op deze manier kunnen we op een zeer klein vlakje schuren zonder
de omliggende details te raken.
Hoe
komen we nu aan de benodigde groep van 6 louvres, die ongeveer in het midden
van de long hood behoren en er dus niet zijn. We kunnen deze zelf maken van
stevig aluminiumfolie. Dit is o.a. in gebruik voor de vervaardiging van allerlei
bakjes voor slaatjes en andere etenswaren. Voordat we de sets dubbele louvres
direct achter de cabine gaan verwijderen, plakken we hierover met enige kleine
stukjes tape een vierkantje aluminiumfolie, dat deze 4 louvres ruim bedekt.
Vervolgens gaan we met behulp van een zeer fijn potlood de folie in de gleuven
van de louvres ritsen. Het resultaat zal u verbluffen! Hebben we alle gleuven
op deze manier overgenomen in de folie, dan de omtrek met een wat dikkere
potloodpunt volgen. Op deze wijze dupliceren we dus de twee dubbele louvre-sets.
Hierna voorzichtig de tape losmaken en de folielouvres met een fijn hobbymesje
uitsnijden; knippen gaat wel, maar hierbij krijgen we te maken met opkrullende
effecten, zowel van de zijkantjes als van de folie-stukjes in zijn geheel.
Hebben
we de kap zover, dat alleen de set van 6 louvres nog geplaatst moeten worden,
dan nemen we deze voorzichtig met een pincet en smeren de achterkant in met
Bisontix of Tixotrope lijm (Hema). We plakken de louvres direct op de plaats,
waar ze thuis horen: de eerste 3 deuren van de set van 4 (gezien vanaf de
cabine). De foto toont duidelijk de juiste plaats. Ook ziet u de plaatsen
waar de weggesneden louvres zich bevonden als donkere vierkantjes afsteken.
Op
dezelfde manier heb ik op een ondergrond van bestaande ‘plastic’ golfplaten
uit een kit van Vollmer duplicaat golfplaatjes van aluminiumfolie gemaakt
met zeer goed resultaat. — FB
Stakepockets uitboren
Hebt u ooit een simpele houten wagon gebouwd? Zo’n flatcar of misschien wel
een gondola? Het moeilijkste vind ik nog steeds het boren van de benodigde
gaatjes om de stakepocket castings van Grandt Line te monteren. Jarenlang
heb ik dat op de moeilijke manier gedaan; ieder gaatje werd gemerkt en geboord,
stuk voor stuk. Alleen het uitmeten al!
Maar,
teneinde uw zicht en tevens uw geestelijke gesteldheid te redden kwam ik na
vele wagons op de volgende eenvoudige oplossing.
De meeste tijd gaat zitten in het uitmeten van de te boren gaten. De mal wordt
gemaakt van styreen of van messing, + 1 mm dik. Zelf koos ik voor styreen
en deze is na 5 jaar gebruiken nog niet gaan slijten. Zie de tekening voor
de maten.
Zet
de wagon, waarop de vloer reeds is gemonteerd op z’n kant. Dit kan voorzichtig
in een bankschroef gedaan worden waarbij u er vooral op moet letten dat het
geheel niet vermorzeld wordt. Markeer de middenlijn van de stake-pocket met
een potlood. Verwijder nu een stukje uit de overstekende vloer ter grootte
van de stake-pocket. Plaats nu de mal op de zijkant van de wagon onder de
vloer. De punt van de uitsparing moet nu gelijk vallen met de potloodlijn
op de zijde van de wagon. Boor nu voorzichtig de gewenste gaatjes met behulp
van de gaten in de mal. De gaatjes worden glad gemaakt met een stukje schuurpapier
600 emery.
Zet de stake-pockets nu in de gaatjes en lijm deze aan de achterzijde van
de sidesill vast met secondelijm (ACC). Verwijder eventueel uitstekende delen
aan die zijde.
Overgenomen
uit ‘Mainline’, clubblad Australasian Region NMRA, auteur Gary Norwood.
Bermlichten
Sinds een aantal jaren zijn bij de spoorwegen in de VS en Canada zgn. ditch
lights in gebruik. (ditch lights betekent letterlijk: greppellichten). Dit
zijn zeer sterke koplampen die op de pilot gemonteerd zijn en welke het zicht
van de bemanning gigantisch vergroten. Het is redelijk gemakkelijk om deze
ditch lights na te bouwen. Begin met het zoeken van een plaats op de pilot
waar u de witmetalen lamphouders (Canadian Replica’s nr. 1001 of Minitiatures
by Erich beide HO) kunt monteren. Wel moet u zowel de pilot als de lamp houders
door-en-door boren. Bevestig de lamphouders met ACC-superlijm op de pilot.
Boor nu een gat door-en-door met het kleinste boortje dat u heeft, dus door
de lamphouder en de loc. Vergroot dan de maat van het boortje en boor opnieuw.
Doe dit net zo lang totdat u een gat heeft waar een microlampje doorheen kan.
Deze microlampjes zijn slechts 1,5 volt, dus moeten we ze met een weerstand
beschermen. Het zijn eigenlijk zeer kleine glazen bolletjes waaraan twee geëmailleerde
draadjes zijn bevestigd. Die zijn erg teer en dienen zeer zorgvuldig behandeld
te worden. Leg het microlampje op een vlak oppervlak en schrap wat email van
de draadjes. Neem vervolgens twee zeer kleine draadjes en verwijder van beide
een stukje van de mantel. Vertin de uiteinden. Soldeer nu beide draadjes aan
de draadjes van de lamp. Plaats nu de lampjes in de lamphouders, zodanig dat
de voorzijde gelijk komt met de rand van de houder. Houd beide draadjes apart
zodat er geen sluiting kan ontstaan en bevestig deze in het gat met was. De
lampjes ontwikkelen dermate weinig warmte dat de was niet zal smelten, noch
zal het plastic van de pilot aangetast worden. Leid nu de draadjes zorgvuldig
langs de binnenkant van de kap en maak de verbinding met de draden van de
motor. Zorg ervoor dat u weerstanden van voldoende grootte gebruikt of de
hele zaak wordt gegarandeerd opgeblazen op het moment dat u de spanning op
het geheel zet. Het resultaat zal nu een indrukwekkende gezicht zijn wanneer
uw locomotief met z’n ditch lights aan komt rijden. — BL

Ga met de
back-knop terug
naar deze index
Kadee en Athearn
Stroomafname Athearn
Van GP-7 naar GP-9
Stakepockets uitboren
Bermlichten
Tips & trucs